_brx8386_koenbroos.jpg

instrumenten oude muziek

 

Blokfluit 

De blokfluit is een eenvoudig instrument om mee te starten. Toch als je regelmatig oefent, boek je snel verbazingwekkende resultaten. Er zijn blokfluiten in alle maten en gewichten, van een 15 cm piepklein instrumentje tot een meer dan 2,60 m grote kolos.  Blokfluit wordt vaak met meerderen muzikanten samen gespeeld.  In de blokfluitklas wordt veel oude muziek gespeeld uit de renaissance en de barok. Maar even graag vliegen we in de popsongs waar we onze eigen speelse interpretatie aan geven.

 

Klavecimbel

Dit instrument lijkt van vorm wat op een vleugelpiano maar de klank verschilt enorm.  De snaren binnenin worden aangetokkeld door een ravenpennetje, wat de typische lichte en heldere klank voortbrengt.  Je vingertechniek is erg belangrijk en heel anders dan op de piano. Je kan op het klavecimbel verschillende klanken produceren door gebruik te maken van registers. Een klavecimbel wordt dikwijls erg mooi versierd en beschilderd.  Meestal speel je oude muziek op dit instrument en wordt het veel gebruikt in combinatie met blokfluit, gamba, zang en traverso.

 

Luit

Ontdek het rustige, aangename ritme van de luit die je letterlijk kan omarmen. De luit is een 'oud' instrument. Vandaag kent de luit een heropleving. Een kleine luit heeft 7 snaren, de grote kan 14 snaren hebben, de meeste daarvan zijn dubbelsnaren. Er is enorm veel muziek voor luit gecomponeerd en deze muziek is genoteerd in zogenaamde tabulaturen, een systeem dat bestaat uit letters en cijfers. Dat lijkt moeilijk maar eenmaal er aan gewend lees je het even snel als gewoon notenschrift. Ook hedendaagse componisten schrijven muziek voor dit oude instrument.

 

Traverso 

De traverso is de voorloper van de dwarsfluit.  De aanblaastechniek is ongeveer dezelfde maar de klank is zachter en warmer. De gaatjes in het instrument worden, zoals bij de blokfluit, gesloten door de vingers en niet met kleppen zoals bij de dwarsfluit.  Voor de traverso is er vooral oude muziek beschikbaar, uit de renaissance en  barok, omdat het instrument toen erg populair was maar er is natuurlijk ook leuke hedendaagse muziek. Met dit instrument kan je ook gemakkelijk in ensembles spelen, met meerdere muzikanten samen.

 

Viola da Gamba

De viola da gamba (Italiaans voor beenviool) is een familie van strijkinstrumenten die haar oorsprong heeft in de gitaar, meer bepaald de vihuela de arco. Het instrument verkreeg zijn huidige vorm in de 16de eeuw. Met name in Engeland waren in de 16de en 17de eeuw gambaconsorten (ensembles van verschillende gamba's) populair.  De gamba heeft vijf tot zeven (meestal zes) snaren. Grotere gamba's worden tussen de benen geklemd. Hieruit heeft zich later de cello ontwikkeld. Een belangrijk verschil is dat de gamba fretten heeft en dat ze  onderhands gestreken wordt. Het corpus (klankkast) van de contrabas heeft dezelfde vorm als die van de gamba, toch is deze geen familie. Ook de viola d'amore is een afstammeling van de viola da gamba.  Met de gamba kan je zowel solo als samen spelen. Meestal speel je samen met andere gambaspelers, met zangers, blokfluiten, luit en klavecimbel of in ensembles voor oude muziek. Het instrument wordt vooral gebruikt voor muziek uit de 16de tot eind 18de eeuw.

 

Zang 

De stem is een instrument dat zeer bijzonder is.  Zoveel stemmen en toch klinkt iedere stem uniek! In de zanglessen worden technieken aangeleerd waardoor de stem beter en mooier gaat klinken.  Wanneer het gemakkelijk, goed en fijn voelt, is het prima. Ademtechniek en klankkwaliteit worden ontwikkeld en er worden verschillende stijlen aangereikt. Zingen is niet alleen het eigen maken van technische vaardigheden maar ook inleving in tekst en muziek en deze op een persoonlijke manier kunnen brengen. En natuurlijk is het ook heel leuk om samen te zingen. Zingen kan je altijd en overal!